Een erg leuk boek is dat van Jimmy Carl Black. Hij kreeg het niet zelf meer af, omdat hij te vroeg overleed. Het boek is gehuld in drugs en seks, maar ook in een zekere adoratie voor Zappa. Net als bij het boek van Howard Kaylan is het stuk nadat hij bij Zappa weg was iets minder boeiend en ben ik daar sneller doorheen gegaan met lezen.
Opmerkelijk is het verhaal over de begintijd van de Soul Giants en de early Muthers en daarna The Mothers. Ook al kwam Zappa bij een bestaande band, hij nam het heft stevig in handen en ondervond daar weinig weerstand tegen. Ik had het gevoel dat alle bandleden, Ray Collins, Roy Estrada en Black zelf Zappa gewoon volgden en heel makkelijk alle verantwoordelijkheid bij hem neerlegden; iets dat mij herhaaldelijk opviel in het boek. Natuurlijk rapt Black steeds over geld en geld dat hij nog te goed zou hebben. Soms terecht, zeker als het gaat om het meespelen, maar meestal niet, aangezien het hele proces in handen was van Zappa. Onterecht claimt Black ook auteur te zijn van het verhaal op Uncle Meat over het geld, alleen had hij dat niet bedacht, slechts uitgesproken en Zappa deed er iets me dat men ‘kunst’ zou kunnen noemen.
Black kent de halve muziekwereld en heeft/had hij een hekel aan Gail Zappa. Iedereen heeft er een andere reden voor, maar die teneur is universeel.
Black blijkt een eenvoudig en sympathiek figuur die vaak eenvoudig leeft en trots is op én goed zorgt voor zijn kinderen. Zijn eerste vrouw zeurde teveel, aldus  kwam ook hij terecht in meerdere relaties.
Het verhaal van The Grandmothers wordt in dat boek uit de doeken gedaan en dan blijkt dat niet iedereen zich even aardig opstelde ten opzichte van hun vroegere broodheer. Ook hier geldt ‘als de rook om je hoofd is verdwenen’ komt de ware geest bovendrijven. Black blijkt in handen van een goede stuurman een uitstekend muzikant, maar gaat solistisch nogal aan het zwerven. Ook al drumde hij aardig aan den weg, diens solo-escapades zijn niet of nauwelijks opgevallen in muziekland en dat zegt al iets. Interessant te lezen is het feit dat hij goed kon opschieten met Art Tripp en daar nog heel wat van geleerd heeft, drumtechnisch gezien dan. Roy Estrada was zijn oude maatje, maar diens paden waren ook nogal grillig. Ian Underwood blijkt ook hier weer zijn eigen gang te gaan en wordt nauwelijks genoemd, behalve dan dat hij de band goed aanstuurde op verschillende kritische momenten en ‘hij (Underwood) het geld toch niet nodig had’. Black adoreert Zappa bijna en schrijft meestal over hem als iemand die het druk heeft de zaken te regelen of het schrijven van nieuwe stukken. Als Zappa iets vroeg voerde Black het uit, zonder al teveel kritiek uit te oefenen: ‘hij vraagt, wij draaien’; een opmerkelijke houding voor iemand die zich soms wat minder positief heeft uitgelaten overZappa!
Zonder meer een boeiend boek, makkelijk te lezen en rijkelijk geïllustreerd.
Paul Lemmens - 2014 / 2018 © pics J. Black