Chicago '78
This Vaulternative Records concert release finds Zappa & band at the Uptown Theater, Chicago, Ill - September 29, 1978. Of the two shows played that evening, the late show is captured here in its entirety. As you would expect, the concert delivers with a good blend of fan favorites, blistering guitar solos, audience participation, on-the-spot improvisations and stellar playing from a talented band line-up.



Disc: 1
1. Chicago Walk-On
2. Twenty-One
3. Dancin' Fool
4. Easy Meat
5. Honey, Don't You Want A Man Like Me?
6. Keep It Greasy
7. Village Of The Sun
8. The Meek Shall Inherit Nothing
9. Bamboozled By Love
10. Sy Borg

Disc: 2
1. Little House I Used To Live In
2. Paoxysmal Splendor includes: FZ & Pig (p)2016: I m A Beautiful Guy
3. Yo Mama
4. Magic Fingers
5. Don't Eat The Yellow Snow
6. Strictly Genteel
7. Black Napkins

Band:
Frank Zappa
Ike Willis (voc, gt)
Denny Walley (gt)
Arthur Barrow (b)
Vinnie Colaiuta (dr)
Ed Mann (perc)
Tommy Mars (keyb)
Peter Wolf (keyb)


voorkant programmaboekje Chicago
Zappa ’78 blijkt in de serie te zitten met al die geinige staten op de achterkant (verenig ze allemaal!). Opmerkelijk is de positie van Vinnie Colaiuta; helemaal rechts on stage. De tweede show van de dag begint met een Sheik Yerbouti intro. Die plaat was er toen nog niet, maar hij hing in de lucht. De show begint nice tits, pardon met Twenty One; een little vamp op marimbathema en meteen vliegt de eerste gitaarsolo al door de lucht. Nadat Zappa op een kefhondachtige wijze het publiek op afstand heeft gedirigeerd en de band heeft voorgesteld mogen we dansen. Easy Meat is nog een stuk langzamer dan we van latere versies kennen, de opbouw hetzelfde: tekst, gitaarsolo. De solo mag er zijn. Honey en Keep it Greasy worden strak en zonder interrupties uitgevoerd. Keep it Greasy komt uiteindelijk pas op Joe’s Garage terecht. Bij Zappa cirkelde er al van alles rond voor het landde, dat blijkt deze avond maar weer eens. Ike Willis zingt een softe versie van Village of the Sun. Denny Walley geeft er een mooie ondertoon aan. Zappa komt nu pas echt los met een derde gitaarsolo. The Meek Shall Inherit Nothing (pas op You Are What You Is) klinkt als een echte country klassieker. Bamboozled by Love worden we met een slow – nadruk op slow - boogie. Zet de versie van Tinseltown eens af tegen deze. Walley slide lekker tussen de regels door en mag even een korte solo geven, maar al snel neemt Zappa het over, want hij is ook vaak nogal hoteldebotel van liefde. Uit de garage komt dan Sy Borg, met een prachtig plakkerig ritme; het nummer heeft al alles in zich van de latere versie. Ed rammelt op zijn marimba’s en Tommy speelt actief met het wieltje van zijn synthesizer. Lekker sfeertje wordt er zo neergezet en in stemmig samenzang eindigt cd één met een fade. En diezelfde fade brengt ons bij cd twee met een Little House I Used to Live in. Underwood’s piano is vervangen door vibrafoon en synthesizer, maar het stuk is nog heel herkenbaar. Ook hier keyboardsolo’s, maar het klinkt toch wel heel erg…. uh… ’78 zeg maar. Vinnie geeft een kleine, maar niet heel indrukwekkende drumsolo. Ach, ze horen erbij, gelukkig juicht het publiek. Greggery Peccary duikt op in Paroxysmal Splendor; een collage van thema’s als Greggery, I’m a Beautiful Guy en Crew Slut (respectievelijk op Studio Tan, You Are What You is en Joe’s Garage). Zappa leeft zich uit in een wat hakkerige gitaarsolo. Crew Slut klinkt bijna als Canned Heat op drift, maar het swingt lekker. Gelukkig zegt Zappa dat ze doen alsof. Phew. Iedereen is nu wel voldoende wakker om Yo Mama te spelen. Een van de hoogtepunten op Sheik Yerbouti en dat geldt ook voor deze uitvoering. In een wat relaxte omgeving zet Zappa een meeslepende solo neer, zoekend naar de juiste tonen en combinaties ontstaat er iets onnavolgbaar spannends. Zappa is langzaam vaak op zijn best. Een kleine verrassing is Magic Fingers; een track die niet zo heel vaak live uitgevoerd. Het is een van de niet klassieke stukken van 200 Motels die vaak ‘vergeten’ worden. Louie Louie blijkt onder aanraking van de magische vingers plotseling tot leven te komen. Don’t Eat the Yellow Snow wordt ook deze 78-band schitterend uitgevoerd en ook nu weer is het halverwege tijd voor audience participation. Zappa is in zijn nopjes ‘the dumber it is the more fun it is’; in ieder geval beter dan wat de Engelse bands brengen en vragen of je je handen on de lucht wil zwaaien. Het duurt even voordat iedereen staat en vervolgens moet iedereen de pelsjager vertrappen. Zappa’s scherpe oog heeft allang gezien dat veel dames in het publiek geen bh aanhebben en met rondzwiepende borsten de pelsjager uitstekend kunnen verjagen. Als dat gelukt is mag/moet iedereen weer gaan zitten en Zappa krijgt er een kampgevoel bij. Wat wil je ook met die losgeslagen dames. Ed heeft nogal wat moeten verduren om zijn marimbastuk te kunnen spelen, maar het gaat hem goed af. In Chicago wordt Rollo toegevoegd on The Yellow Snow en dan is de show voorbij. Het publiek is enthousiast en Zappa is daar erg blij mee en laat dat ook weten. Hartverwarmend. Gelukkig zijn er twee toegiften: Strictley Genteel; eigenlijk een stuk voor orkest, maar ach. De allerlaatste wordt aangekondigd, the big one. Het publiek wil duidelijk meer, maar Zappa stelt ze voor de keus één of géén. De mensen in Chicago zijn gelukkig verstandige mensen, anders hadden ze het hoogtepunt van de avond gemist. Black Napkins is altijd een prachtig stuk en ook hier zet Zappa een koude rillingen versie neer. De mensen konden tevreden naar huis en wij zijn meer dan tevreden met nummer 108; een onverwacht sterke cd.

Paul Lemmens © text 2016