![]() |
OVER EEN VEGETARIËR DIE GEK IS OP... MEAT |
||
|
Regelmatig
heb ik in mijn artikelen geschreven over Zappa's sleutelwerken; lp/cd's die
essentieel blijken te zijn voor de (muzikale) ontwikkeling van Frank Zappa. Een
van de meest belangrijke werken in die zin is, volgens mij, Uncle Meat. Een
dubbel-lp/cd waar conceptual continuity-elementen uit de beginfase, aangevuld
met nieuwe, een blauwdruk blijken te vormen voor Zappa's hele latere werk en
aldus het basiswerk is voor zijn Big Note-theorie. Het verhaal van Uncle Meat is
tevens het verhaal waarom ik als vegetariër gek ben op dit soort 'vlees'. |
|||
|
|||
|
Verkorte geschiedenis
Eind 1967 was New
York en met name het Garrick Theatre de basis voor Zappa en zijn toenmalige
Mothers. Het was een periode waarin Zappa met onuitputtelijke energie werkte aan
talrijke projekten. De belangrijkste voor dit artikel zijn de gelijktijdige
opnamen en oefensessies in Apostolic Studios van zowel Ruben & The Jets als
Uncle Meat; namelijk van oktober 1967 tot februari 1968. Het werk aan Ruben
raakte rond december '67 in een versnelling door de komst van de nieuwe
Mothers-drummer Art Tripp; afkomstig uit het Boston Symphony Orchestra en zeer
bekwaam bespeler van slagwerk en percussie, met name marimba en vibrafoon. Alle
tracks voor Ruben & Jets en de basistracks voor Uncle Meat waren gereed in
februari 1968. Ruben werd in de zomer van 1968 op de markt gebracht, maar Zappa
werkte nog tot na april 1968 door aan Uncle Meat; hij voegde middels overdubs
meer en meer elementen toe:
"Here's an interesting thing about
this album: A lot of it was written in the studio. While they were recording one
section of a song I'd be in the control room writing the next score and then
copy the parts. The album was put together basically by me, Bunk, Ian and Art
Tripp. Because we did most of the overdubbing, 'cause they're the ones that read
best in the group."
(FZ-1969)
Als al het
overdub-werk gereed is heeft Zappa enorm veel materiaal, genoeg en dan ook
plannen voor de release van een triple-lp, die uitgebracht zou gaan worden met
als naam 'No Commercial Potential', daarmee refererend aan de reacties op Freak
Out en wellicht ook al verwijzend naar de te verwachten reacties op Zappa's
'nieuwe muziekstijl'. Het zo zorgvuldig samengestelde materiaal verschijnt pas een jaar later, in april 1969 (toen ging het dus ook al zo), echter als dubbel-lp en onder de naam Uncle Meat. De reacties van zowel publiek als muziekpers zijn over het algemeen lovend, maar er wordt naar talrijke bronnen en verwijzingen gezocht om deze 'anders' klinkende muziek te kunnen verklaren. Genoemd worden o.a.: Igor Strawinsky, Edgard Varese, Ornette Coleman, Albert Ayler, Conlon Nancarrow, John Coltrane, The Penguins, Duane Eddy, Frankie Lymon & the Teenagers, William Walton, Charles Mingus, Arnold Schonberg, Anton Webern. Een illustratief voorbeeld:
Als je de namen achter elkaar ziet is
het een mengelmoes van modern klassiek, (free) jazz en doowop; inderdaad de drie
sterkst klinkende pijlers onder Uncle Meat. In Amerika staat de lp drie maanden
in de lp-Hot-100 lijst, met als hoogste notering 43. In Europa is het werk
merkwaardig genoeg
niet zo'n succes. Zappa was al wel
populair en de Europeanen (mn. Nederlanders en Duitsers) hielden doorgaans wel
van een experimentele Zappa. De reden hiervoor ligt in de weigering van de eigenlijke distributeur,
Pye Records, de plaat uit te brengen, omdat men het woord 'fuck' hoorde.
Uiteindelijk verscheen Uncle Meat op Transatlantic Records, een klein folk-label
(!) zonder enig budget voor de zo noodzakelijke promotie.
Dat is jammer,
want Zappa heeft met Uncle Meat ook andere belangen, de lp verschijnt namelijk
op diens brandnieuwe label Bizarre Records, samen met Straight Records door FZ
en diens toenmalige zakenpartner Herbie Cohen opgezet voor de release van
alternatieve muzieksoorten én voor Zappa's eigen lp's. Het is voor Zappa dus
zowel muzikaal als zakelijk gezien een belangrijke release:
"A lot depends on how well Uncle Meat
sells as to whether or not we're going to be able to even survive continuing in
that direction. Because if you stop singing, the audience stops listening. You
have to either talk to them or sing to them but they are not prepared to listen
to music at all, they just want sit through it. They have a bad interest span
for instrumental music unless it happens to be glandular music, you now those
loud blues. They can dig it because they can tap their feet to it. But you whip
a bunch of atonal 5/8 en 7/8 on 'em and THAT they can't uh... groove with and
that they have to think about. Then you're in dangerous territory when you
consider that next week you're going to have to pay your rent."
(FZ-1969) *
|
|||
D
|
|||
|
Things that sound like a full
orchestra ware carefully assembled, track by track,
through a procedure known as
over-dubbing. The weird middle section of Dog Breath has forty tracks built into
it.
(hoestekst Uncle Meat) |
Het fenomeen komt na Uncle Meat steeds vaker voor en op een bepaald
moment zo vaak dat hij zelfs - in eerste
instantie als grap bedoeld - op zijn hoezen laat drukken: 'contains no
overdubs'. Onder dit punt valt ook het elektronisch versnellen/vertragen van
instrumenten, o.a. door het gebruik van de voorloper van de Moog Synthesizer (op
de lp-hoes wordt Robert Moog nog bedankt voor z'n filters), met als reden het
aanpassen van de klankkleur van de instrumenten.
5.
Het al zo
vaak genoemde item: de 'sound' van Uncle Meat; heel anders dan de vorige lp's en
daarna ook niet meer voorkomend op een jongere release. Uncle Meat staat wat dat
betreft op zichzelf en vindt, op een andere manier weliswaar aansluiting bij het
geluid van Burnt Weenie Sandwich. Dat laatste album echter wordt voornamelijk
gekenschetst door overheersend klassieke klanken, terwijl je Uncle Meat, ondanks
de aanwezigheid van klassieke klanken eerder plaatst in een jazzy-stramien, niet
in het minst door de vele sax-solo's. Overigens is Hot Rats een direct gevolg
van Uncle Meat, niet alleen door het kiezen van de partner die 'alles kan' (Ian
Underwood), maar ook het verder uitgewerkte jazzy-geluid. Opmerkelijk is dat
primaire jazz of jazzy-geluid(en) vanaf Uncle Meat een belangrijk aspect blijven
vormen van Zappa's werk en soms zelfs de boventoon voeren, bv. in The Grand
Wazoo of in het door blazers gedomineerde geluid van de '88 Broadway-band.
6.
Tot slot:
de vele 'hits' die Uncle Meat rijk is. Nummers als Pound For A Brown, Uncle
Meat-theme, Dog Breath-theme, Cruisin' For Burgers en natuurlijk King Kong, dat
rondom de release van Uncle Meat al live-uitvoeringen beleefde van rond de
zeventig minuten(!), zijn gaan behoren tot de meest populaire en uitgevoerde
werken. Kijk je naar de lijst van alle officieel gereleaste tracks, dan komen
alle voornoemde nummers voor in de top 10 van vaakst uitgebrachte Zappa-werken.
Dat FZ zelf ook graag een stukje vlees lust blijkt uit het feit dat maar liefst
drie van de negentien tracks op de cd The Yellow Shark afkomstig zijn van Uncle
Meat.
7. Alles samenvattend is Uncle Meat feitelijk het eerste werk waarbij Zappa zijn theorie van The Big Note voor het eerst volledig ontplooit. (De Theorie simpel uitgelegd: alles in het heelal is ontstaan uit één enkele trilling en in die zin feitelijk Een Grote Noot (immers geluid ontstaat door trilling); alles - in ieder geval alles wat Zappa doet - is te herleiden tot die Ene Grote Noot; aldus de basisgedachte achter Zappa's meesterplan voor zijn conceptuele continuïteit. De uitleg is o.a. te vinden op Lumpy Gravy). Met name het documentair gehalte op Uncle Meat maakt die lp in de zin van The Big Note een sterker geheel dan Lumpy Gravy, waar, op het essentiële live-aspect na, het merendeel van de genoemde onderdelen ook al aanwezig is.
Nawerking en Uncle Meat-film
Na de release van
Uncle Meat volgde een korte tour door Canada, Europa en de USA, werd er met name
door Frank gewerkt aan Permanent Damage van de G.T.O.'s en Hot Rats (release 10
oktober 1969), werden in oktober 1969 The Mothers ontbonden...
"I like to play, but just got tired of
beating my head against the wall. I got tired of playing for people who clap for
all the wrong reasons."
*
... ging FZ op
vakantie in Europa, speelde in Amougis met o.a Pink Floyd en werkte van november
1969 tot februari 1970 aan de Uncle Meat-film. Tussendoor werd Burnt Weenie
Sandwich (dec '69) en King Kong van Jean-Luc Ponty (jan '70) uitgebracht en
verder gewerkt aan de film tot mei 1970, onderbroken door een Hot Rats tour en
werk aan de muziek van een nieuw projekt: 200 Motels.
De film bij de lp
zou voornamelijk een documentaire zijn rondom het leven en de muziek van The
Mothers en bestaan uit een collage van concerten, interview met Mothers en een
deel dat zou handelen over 'de mythologie een geldigheid van The Mothers'. Er
was ook een geldschieter gevonden om het hele projekt te financieren, maar...
"We had a business meeting with the
Mothers, just prior to the week of shooting, and there was a whole bunch of
arguments and bullshit and hysteria. Four of the guys decided they wanted to
have nothing whatsoever to do with any of the movie-projects."
en dat was nog
niet alles...
"We had money to finish that picture, and
all of a sudden, the people who gave us the money took the money back. I
couldn't do anything more with it. I had 40 minutes of it cut at the time the
money ran out."
(FZ 1971)
Een deel van het
materiaal werd gebruikt in het achttien minuten durende filmpje om Burnt Weenie
Sandwich te promoten, de rest bleef liggen. De film met de gelijknamige naam
verscheen pas in 1989 via Zappa's eigen video-uitgeverij Honker. Dat was niet de
film die FZ in 1968/69 voor ogen had, maar naast leuk authentiek materiaal
over/rondom The Mothers een hoop flauwekul over het meten van dingen m.b.v. een
rubber kip.
De soundtrack van
de film, in feite de cd-versie van Uncle Meat, is dan ook heel anders dan de
originele lp. De cd-versie komt voor een groot deel overeen met de originele lp,
maar er is een 'soundtrack-deel' aan toegevoegd. Dit deel is zonder de
film-beelden saai te noemen; het enige leuke is het muzieknummer Tengo Na
Minchia Tanta, maar dat past qua stijl en qua klankkleur totaal niet bij
originele muziek van de lp. Het is aardig 'filler material', meer niet.
* Het sterretje
Deze twee opmerkingen verklaren in feite de eerste ontbinding van The
Mothers en het latere release-gedrag van Zappa. De ontbinding van The Mothers
omdat een groot deel van het publiek protest-songs vraagt en moeilijke,
instrumentale muziek krijgt én ook omdat sommige Mothers veel tijd (tijd=geld)
nodig hebben om de complexere muziek te kunnen instuderen. Wat betreft de
releases: Zappa heeft vanaf Uncle Meat steeds voornamelijk vocale lp's
afgewisseld met voornamelijk instrumentale lp's om beide publieksgroepen
tevreden te stellen. Dat laatste heeft hij ook regelmatig uitgelegd, er van
uitgaande dat er weinig mensen waren die beide muzieksoorten zouden waarderen.

Analyse (van een
versterker)
Ondanks de
belangrijkheid van Uncle Meat en de aandacht die Zappa er aan heeft besteed, is
het merkwaardig dat de lp/cd niet in Zappa's eigen favoriete lijstje - Freak
Out, Joe's Garage, Thingfish, Broadway The Hard Way, Roxy & Elsewhere en FZ
in New York - voorkomt. De belangrijkheid ervan wordt echter wel aangeven door
o.a. Frits van der Waa (muziek-recensent voor de Volkskrant). En op een andere
wijze schaarde ook Humo - "Nonkel Vlees is niet meer" - en het Engelse
Q-Magazine - "Farwell then, Uncle Meat" - zich in die rij met de
berichtgeving rond FZ's overlijden.
Door dit hele verhaal over/rondom Uncle Meat wordt wellicht duidelijk dat het een van mijn favoriete lp/cd's is; ik heb er ooit kennis mee gemaakt in de warme zomer van '69 en heb hem toen al 'grijs' gedraaid en eigenlijk is dat nooit meer overgegaan, wat wil je ook als je een zwak hebt voor modern klassiek, filmmuziek, marimba's en ander slagwerk en pulserende saxsolo's, kortom Zappa.. Tot slot, om een traditie in ere te houden: Frank Zappa met het laatste woord:
![]() |
"I get kind of a laugh out of the fact that
other people are going to try and interpret that stuff and come up with some
grotesque, I mean really grotesque, interpretations of it (Uncle Meat). It gives
me a certain amount of satisfaction. You can imagine how insane that must get on
a song 'Electric Aunt Jemima', which was writen about an amplifier. Yes, it's a
Standall, about this big, that I used on a couple of sessions."
(FZ 1969) |
The Tracks:disc 1
disc 2
|
THE MOTHERS at the time of this recording were:
FZ:
guitar, low grade vocals, percussion
Special thanks
to:
Uncredited: * later: Ruth
Underwood |





cover en
booklet
words / texts 1994 -2008 © Paul Lemmens
some
pics © ZFT