|
JAZZ |
is |
|
|
not |
dead... |
|
Jazz is een woord dat vaak terugkomt in Zappa's
werk. Zappa's houding ten opzichte van jazz was nogal ambigue. Hij
schreef nummers als The Eric Dolphy Memorial Barbecue (op Weasels
Ripped My Flesh), The Jazz Discharge Party Hats (op The Man from
Utopia) en het uiterst beruchte Be-Bop Tango of the Old Jazzmen's Church
(op Roxy & Elsewhere). Dat laatste nummer is alleen al onsterfelijk
vanwege Zappa's even zo goed onbegrijpelijke uitspraak: "Jazz is not
dead, it just smells funny..." Twee cd's kregen 'jazzy'
titels: Jazz From Hell en Make A Jazz Noise Here. Daarnaast
werkte Zappa met musici als Jean-Luc Ponty (Franse jazzviolist), George Duke
(pianist van oa. Cannonball Adderley) en vroeg talrijke jazzmusici,
waaronder Buell Neidlinger (ex Cecil Taylor) zijn stukken te spelen.
Merkwaardig genoeg mocht Don Preston in eerste instantie niet met The Mothers
of Invention meespelen, omdat hij geen 'rock' kon spelen; Preston speelde toen
jazz... Later komen we op Zappa's cd Live in New York de Brecker Brothers
tegen en op YCDTOSA 4 Archie Shepp
(Cleveland solo's), maar diens glorietijd is dan al voorbij. "There's no passion in it (jazz). It's a bunch of people trying to be cool, looking for the certification of an intellectual community. Most of today's jazz is even more worthless than the most blatantly commercial music because it pretends something it's not. I'd rather stay away from that." (uit Viva Zappa, Dominique Chevalier) Tot nu toe heb ik in mijn stukken
over Zappa geen aandacht besteed aan jazz, simpelweg omdat
ik er niet zo vertrouwd mee was en er dus te weinig van afwist. De afgelopen
vier jaar is dat drastisch veranderd; jazz is voor mij een van de belangrijkste muziekvormen geworden.
Speurend naar teksten over jazz in relatie tot Zappa ben ik er achter gekomen
dat eigenlijk niemand nog over dit element in Zappa's muziek heeft
geschreven
Reden dus om de ontbrekende schakel in mijn beschouwingen over Zappa en zijn
muziek aan te pakken.
Als ik begin met Freak Out, Zappa's eerste cd, dan valt er wellicht in eerste instantie in de muziek niets jazz-achtigs te horen, wordt door het citaat van Varèse de aandacht gericht op contemporaine klassieke muziek, maar valt wel in de rijen namen binnenin het boekje een aantal jazzmusici op: Eric Dolphy, Charles Mingus, Roland Kirk, Cecil Taylor en Bill Evans. |
|
|
|
|
|
Wie zijn dit? Even voorstellen: Eric Dolphy (1928-1964); multi-instrumentalist (altsax, basklarinet, klarinet,
fluit). Hij pioneerde als een van de eersten met de
basklarinet als solo-instrument. Dolphy was beïnvloed door Charlie Parker
(altsax en 'bedenker' van de bop; een snelle, virtuoze muziekvorm binnen de
jazz), maar was ook geboeid door de zogenaamde Third Stream; een groep musici die klassiek met jazz probeerde te
combineren. Dolphy heeft veel met John Coltrane (grensverleggend saxofonist met
een enorme kracht en energie in zijn muziek) en met Charles Mingus gewerkt.
Dolphy’s fluitspel was, net als zijn basklarinetspel, allerminst conventioneel. Hij heeft overigens ook
Varèse’s fluitwerk Density 21,5 uitgevoerd. Charles Mingus (1922-1979); contrabassist, pianist, componist. Hij speelde met oa. Charlie Parker, Miles
Davis, Bud Powell (bop-pianist). Mingus begon in
de jaren ´50 en workshop voor improvisatie en werkte toe naar klassieke
invloeden binnen zijn jazzidioom, waarbij hij zelfs invloeden uit de atonale muziek
niet schuwde. Mingus richtte samen met zijn toenmalige drummer Max Roach een eigen label
(Debut) op, om zijn en andermans muzikale ideeën kwijt te kunnen. Dit was
nieuw in de muziekwereld en mislukte dan ook door onervarenheid, echter de hint
was gegeven. Mingus experimenteerde veelvuldig met melodielijnen die
tegen het ritme in speelde of andersom, iets dat zijn muziek een grote spanning
gaf. Mingus stond bekend om een agressieve houding en voelde zich veelal
onbegrepen als mens en muzikant. iets dat hij in zijn boek 'Beneath the
Underdog' voortreffelijk weergaf. Stond ook bekend om zijn geschreeuw tijdens de
muziek, meezingen, aanmoedigen enz. Roland Kirk, ook wel Rahsaan
Roland Kirk (1936-1977) Kirk, blind vanaf geboorte, speelde tenorsax,
manzello (sax die lijkt op een alt, maar klinkt als een sopraansax), stritch
(rechte altsax),
fluit en wat zo mooi heet 'assorted percussion'. Hij leerde zichzelf 3 saxen tegelijkertijd
te bespelen! Middels de zgn. circulair breathing techniek
(ademhalen door neus, uitblazen door mond, waarmee je oneindig kan doorspelen zonder
te hoeven stoppen om adem te halen). Kirk werkte oa. met Mingus, maar meestal als leider van zijn eigen bands.
Hij zette daarin een extravagant geluid neer, vaker in een collage-achtige
stijl, gelardeerd met politiek getinte opmerkingen,
kreten, tekstfragmenten, enz. Zijn muziekstijl bestrijkt een breed gebied van
blues tot free-jazz en later zelfs
popmuziek. Cecil Taylor (1930- ) Taylor
speelt piano. Hij werd bekend door zijn gedurfde pianospel, waarbij hij
regelmatig het tonale pad verliet en later
zelfs helemaal structuur en ritme losliet. Door zijn vooruitstrevend spel werd
hij pas laat gewaardeerd en erkend. Heeft zich altijd
compromisloos opgesteld in zijn muziekuitingen. Speelde oa. met Steve Lacy
(sopraansax),
Buell Neidlinger (bas) en had Archie Shepp (tenorsax) regelmatig als gast. Bill Evans (1929-1980)
speelt net als Taylor piano, maar een grotere tegenstelling is er niet. Evans
speelde piano op Miles Davis' Kind of Blue (volgens velen hét jazzalbum), maar
werkte verder vooral in trioformaat (piano, drums, bas). Evans had een grote invloed op de meeste
jazzpianisten, oa. door zijn aanpak van harmonie en modulatie (overgaan van de
ene toon op de andere). Zijn stijl uit de beginperiode wordt soms
impressionistisch genoemd. |
|
|
Het zal duidelijk zijn dat deze
mensen een invloed op Zappa gehad hebben. Is het niet vanwege de muziek dan wel
vanwege hun opstelling of hun ideeën. Meer zal het - denk ik - ook niet
zijn. Zappa heeft immers als tiener een liefde voor doo-wop, blues, rhythm &
blues en uiteindelijk voor modern klassiek in de vorm van Edgard Varèse, Igor
Stravinsky en Anton Webern. Jazz, gebruikt hij net als ook de andere
muzieksoorten en -stijlen voor zijn eigen mix met het zo typische Zappa geluid.
In een interview beklaagde hij zich ooit dat journalisten hem altijd in een
muzikaal hokje wilde duwen; jazz, klassiek, rock, maar dat hij in feite slechts
één muziek maakte en dat is 'Zappamuziek' . |
|
In een tijd dat het niet zo best gaat met Zappa en zijn Mothers (1969) zijn natuurlijk alle fans welkom en als er dan fans bijkomen uit een andere richting, de jazzrichting zijn die meer dan welkom. Hij stimuleert dat door op te merken dat: "If you want to learn how to play guitar, listen to Wes Montgomery. You should also go out and see if you can get a record by Cecil Taylor if you want to learn how to play the piano. (uit Viva Zappa, Dominique Chevalier)
"I like the idea of music
that you can tap your foot to and be listening at the same time to things
which move in irritating contrast with the basic rhythm." (FZ) Frank Zappa produced a good deal of work which could be loosely categorized as jazz or jazz-based (uit Jazz the Rough Guide) In dezelfde periode
is Miles Davis bezig met het onderzoeken van het gebruik van funk- en
rockachtige thema's in zijn tot dan pure jazz. Het resultaat is Bitches Brew,
waarop hij begeleid wordt door o.a. John McLaughlin (elektrische gitaar) en Joe
Zawinul (keyboards/later oprichter van Weather Report). Is er bij Davis sprake
van jazz met rockachtige invloeden, bij Zappa zou ik het willen omdraaien: rock
met jazzachtige invloeden. Die komen niet zo heel specifiek naar voren, het is
immers geen jazzplaat en er staat zelfs een liedje op met Captain Beefheart
(wiens saxofoonspel erg veel wegheeft van Ornette Coleman's spel...), maar
uitten zich in bv. saxofoonpartijen en kleine thema's; bv. het begin Little
Umbrellas of door het geluid van de bv. de bas die meer de karakteristiek van
een jazzbas heeft. Ik vind het nog steeds jammer dat Twenty Small Cigars (op
Chunga's Revenge) niet op Hot Rats staat. Dat is nu een echt jazznummer en
heeft eigenlijk alles in zich om een klassieker te worden, maar dan... in de
jazzsector. Jazz-rock tegenover rock-jazz, toch een niet onbelangrijk verschil.
Helaas gooien de cd-maatschappijen inmiddels alles op een hoop onder het
nietszeggend kopje 'fusion' . Even nietszeggend als 'wereldmuziek'. Immers alle
muziek is wereldmuziek en fusiemuziek... (toch?) "You ever heard of Erroll Garner, jazz pianist, who mumbles along with what he plays? It''s the whole concept of jazz musicians who make jazz noises while they perform." (uit Guide to FZ-Ben Wason) Geluiden maken tijdens muziek. Mingus was er bekend om, Bud Powell deed het zelfs tijdens plaatopnamen. Het is een vorm van enthousiasme, je inleven in de muziek of er zo in opgaan dat je als mens mee gaat zingen met je eigen spel. Bij Zappa klinkt het negatief. Als je bij rock mee gaat zingen hoor je dat natuurlijk niet, maar Zappa lijkt een uitvoering te vereisen zonder de emotionele lading die jazzmuziek vaak heeft. Zappa's werk is vaak geprogrammeerd, mar er zijn volgens mij genoeg momenten waarop emotionele soli een belangrijke rol spelen. Niet in de laatste plaats door hem zelf: The Torture Never Stops, Black Napkins, Watermelon in Easter Hay, enz. Het is een merkwaardig soort dualisme dat ik wel vaker bij Zappa zie. Enerzijds geeft hij af op intellectuelen, anderzijds is hij er duidelijk zelf een. Te weinig fun misschien? Iets vergelijkbaars zien ik in zijn muziek: de muziek op zich is vaak statisch, immers geschreven en tot op het bot geoefend. Daarnaast zijn er talloze uitingen van menselijke emoties, bv. in de vorm van de eerder genoemde solo's, maar ook de vele grappen tussendoor. |
|
|
Veel heeft Zappa
tijdens zijn leven niet gezegd over jazz. Dat is meer gebeurd door critici die
vergelijkingen trokken om zijn muziek te plaatsen. Woorden als zappa-achtig
of zappa-esk kom ik nog steeds veelvuldig tegen. Dat zegt wel iets.
Binnen het jazzidioom is er slechts zijdelings belangstelling voor Zappa. The
Penguin Guide to Jazzmusic, voor mij hét basisboek voor jazzmuziek met een
dikte van 7,5 cm dik, behandelt Zappa niet eens, alhoewel hij her en der genoemd
wordt. Voor Zappa zelf zou dat niets uitmaken, hij hield niet van hokjes. Mijn
conclusie is dan ook dat ik denk dat hij de jazz gebruikte als een van de vele
elementen om zijn Zappamuziek gestalte te geven. Als er dan al voorkeuren waren
lagen die duidelijker bij DooWop, R&B en bij (modern) klassiek.
Daarnaast is hij uiteraard beïnvloed door de muziek om hem heen. Net zoals ik
ben gaan luisteren (door Zappa n.b.) naar modern klassiek en jazz en nog veel
meer heeft Zappa een ontdekkingstocht langs muziekstijlen/soorten gemaakt om
zijn muzikale horizon te verbreden.
|
|
|
Toevoeging 5 oktober
2004:
|
Paul Lemmens © 2002 - 2008