FRANK
ZAPPA'S
CONCEPTUELE DENKRAAM
|
|
|
|
In veel interview's met Zappa valt de term 'conceptual
continuity' en doorgaans begrijpt de hardcore-fan wel wat daarmee bedoeld wordt,
maar er wordt nauwelijks aandacht aan het basis-idee van deze conceptuele
voortgang besteed. Dat wil ik in dit stuk proberen wel te doen. Zappa's conceptuele vervolg bestaat eigenlijk uit een
reeks bewust gemanipuleerde herhalingen van/in zijn uitingen. Ik noem hier het
woord uitingen, omdat het concept niet alleen met zijn muziek te maken heeft,
het bevat meer, n.l.: 1. muziek Deze vier elementen zijn onlosmakelijk met elkaar
verweven. In het volgende stuk werk ik ze per nummer uit en zal pogen aan te
tonen wat hun onderlinge binding is. 1.
Muziek
Dit is het eerste element van Zappa's muzikale basis. Het
tweede is een variatie erop: het regelmatige gebruik van eigen muziek als basis
voor nieuwe eigen muziek. Sommige stukken van Absolutely Free en Lumpy Gravy
(enz.) komen we, al dan niet bewerkt, steeds opnieuw tegen. Dit soort
'herhalingen' vormt in feite de rode draad van het concept over de continuiteit:
op deze manier wordt zijn hele oeuvre aaneen gesmeed tot een grote
macro-structuur. Daarbinnen vinden vocale macro-structuren als teksten, thema's,
grappen, enz. hun plaats. (zie 2. teksten) Een derde basis-element van de macro-structuur is:
Xenocrony (een samensmelting van Xenogamy [= kruisbestuiving] en
Synchronisation). Dit woord hanteert Zappa om de 'strange synchronisation' te
benoemen: de combinatie van twee muziekstukken die niets met elkaar te maken
hebben/hadden en die toch - wonderwel - samen blijken te kunnen gaan. Muzikale
voorbeelden van Xenocrony zijn b.v. Friendly Little Finger (Zoot Allures) en
Rubber Shirt. Bij dit laatste instrumentale stuk werd een 'live-bas'
gecombineerd met een voor een ander doel opgenomen studio-track. Het vierde en laatste basis-element van het macro-concept zijn de verschillende uitvoeringen van nummers door verschillende bands/orkesten. Het lijkt in principe weinig uit te maken of zijn muziek nu door een 4-mans- of big-band, de Synclavier of door een symfonie-orkest gespeeld wordt, zonder dat de muziek daarbij aan kracht of waarde inboet (dat is meestal wel anders: de door jullie zo gewaardeerde muziek van Lou Reed b.v. moet het juist hebben van een kleine band. Zijn muziek uitgevoerd door een big-band, Synclavier of symfonie-orkest zou niets overlaten van diens muzikale integriteit).
Samengevat bestaat Zappa muzikale macro-structuur dus uit
vier elementen: 1. The Big Note, 2. de Rode Draad, 3. Xenocrony en 4. de
verschillende uitvoeringen door diverse bands. Al deze elementen vormen Zappa's muzikale Conceptuele
Continuiteit. Nauw verbonden hiermee en vaak zelfs dominant zijn de vocalen; het
tweede element van het Concept. Dat leidt mij naar: 2.
Zang
De onderwerpen die Zappa in zijn teksten behandelt variëren
nogal eens: van maatschappij-kritisch via complete nonsens en private jokes tot
en met de felle uithalen naar TV-evangelisten en dan heb ik het nog niet gehad
over zijn bespiegelingen betreffende het Amerikaanse sexleven. In de beginperiode werd de verbale verbinding vooral
gelegd door de eerder genoemde menselijke geluiden, maar ook door korte
verhalende intro's (b.v. the voice of cheese - op Uncle Meat). In later werk
gebruikt hij dit soort geluiden - maar dan door een synthesizer uitgevoerd -
vaak als intermezzo en als referentie aan die beginperiode. In de 'tweede
periode' ligt de verbinding vooral bij The Phlorescent Leech & Eddie, die
met hun eigenzinnige en bovenal humoristische aanpak een nieuw vocal-element
inbrengen. Na de stilte met als oorzaak de val in de orkestbak wordt de
verbinding gevormd in de vorm van onderwerpen (the poodle-dog, poncho's en
tijdens concerten 'the secret word for tonight is... Mudshark, Hi-Ho Silver, enz.). In de recentste (nou ja) cd's zijn dat weer maatschappelijke thema's als
religie en es.ee.iks. Het leuke (humor !) van de continuiteit is de
mogelijkheid steeds naar andere onderwerpen te verwijzen; iets dat Zappa vooral
graag tijdens live-optredens doet door middenin een lied plotseling een
zin/woord uit een heel ander lied te zingen/zeggen. De B-film achtige thema's komen we pas na de eerste toch
vrij serieuze periode tegen: science-fiction, monster-movies, fantasie-figuren,
enz. Billy en Greggery zijn de voorbeelden bij uitstek, maar natuurlijk ook
Cheepnis en de Frogs (van Them or Us). Wellicht zijn deze thema's minder
talrijk, ze vormen wel een essentieel deel van het concept. Een element dat minder duidelijk is, is de grote
verscheidenheid aan zangstemmen (door de vele bandwisselingen is er zeker geen
gebrek aan). Juist die verscheidenheid verlevendigt de muziek aanzienlijk (niets
is soms zo saai als steeds weer dezelfde zanger). Neem daarbij nog de
wisselwerking van de vocalisten onderling (en de nodige humor daarbij) en de
variatie is compleet. In de meeste gevallen domineren vocalen en is muziek
ondergeschikt. Soms ondersteunt de muziek alleen maar, zoals bij Billy the
Mountain en Greggery Peccary en in extreme mate bij Thingfish. In Zappa's
beginperiode lag er zelfs een scheiding tussen muziek en vocalen: nadat je
verpletterd was onder de menselijke geluidseffecten ging de band nog eens
serieus en vaak langdurig spelen. Afmattende concerten moeten het geweest zijn.
Later werden de vocalen meer en meer met de muziek verweven en kregen we You Are
What You is; een aaneenschakeling van muziekstijlen, opgebouwd in lagen en met
een duidelijke thematiek. Een cd ook waar de muziek niet onderdoet voor het
vocale deel; deze cd heeft dan ook iets van een granieten muur waar je doorheen
moet. Vanaf Chunga's Revenge (met Mark en Howie) komt er steeds
meer humor in Zappa's werk. Napoleon M. Brock was een meester in het verzinnen
van allerlei dolkomische situaties, maar Zappa kan er ook wat van. Door de
aandacht voor al die humor is dat in feite ook een belangrijk deel in de vocale
macro-structuur geworden. De vocale macro-structuur blijkt net als de muzikale
macrostructuur uit vier elementen te bestaan: 1. menselijke geluiden, 2.
maatschappelijke thematieken, 3. de B-film verhalen en 4. humor. 3.
De hoezen
Verbindende hoes-elementen zijn behalve de eerder
genoemde menselijke karikaturen, de on-dimensionale auto's, de knip-en-plak
collage's, allerlei 'vreemde' elementen als röntgenfoto's van gebitten en
vooral technische tekeningen van de meest bizarre apparaten. Andere elementen
zijn de vaak vreemde en in eerste instantie niet begrijpbare opmerkingen op de
hoezen, b.v. het verhaal in het Uncle Meat boekje over de Jelly. Het zal
duidelijk zijn dat veel hoes-elementen rechtstreeks verwijzen naar Zappa's
teksten, maar op hun manier typerend zijn voor de muziek. Een combinatie die
jarenlang puzzle-werk oplevert voor:
4.
De fan(s)
Een ander belangrijk element in fan-binding is de
audience-participation-time (dans, zoals je nog nooit gedanst hebt), of in de
audience-education time (uitleg over hoe en wat er gespeeld wordt). Helaas
moeten we dat in Europa meestal missen, omdat - volgens Zappa - onze kennis van
de Amerikaanse situaties niet zo groot is (?). Zappa heeft altijd fans en
belangstellenden 'on stage' gehaald en gevraagd te dansen, te acteren, gedichten
voor te dragen of je op andere manieren uit te leven, al dan niet onder Zappa's
begeleiding. Met name deze audience-participation is iets dat je bij geen ander
tegenkomt en zelfs uniek is te noemen, omdat het veel vraagt van publiek en band
en zelfs een hele show in de war kan sturen (heel anders dan de vooraf
geregisseerde mogelijkheid bij b.v. Bruce Springsteen waar even een knap meisje
met hem mag dansen). Twee mogelijkheden zijn er dus om je als fan met Zappa's
wereld te vereenzelvigen. De derde mogelijkheid is het hele spectrum gevormd
door het Concept (punten 1. t/m 3.) De
Conclusie
Zappa heeft met zijn Conceptual Continuity in feite een
eigen universum geschapen. Deze opgezette structuur biedt de fan ondanks alle
chaotische situaties rondom Zappa, zijn muziek, de vele bands, enz. een houvast.
Alle onderlinge verbindingen geven talloze mogelijkheden zelf te gaan puzzelen
en allerlei opmerkingen, muziekstukken, secret clues, enz. aan elkaar te plakken
om zo'n groot mogelijk deel van het Concept te achterhalen. Dat lukt niet alleen
met de bekende cd's/lp's van Zappa, daarvoor moet je ook boeken over hem, boeken
over de tijd (de geschiedenis) en ander materiaal (muziektijdschriften enz.)
gaan lezen en je bovendien gaan verdiepen in andere muziek (van etnisch t/m
Varese). Heel handig kan zijn boeken te lezen die indirekt over Zappa gaan (b.v.
I'm with the Band van Pamela des Barres, dat meer zegt over een bepaalde periode
dan over Zappa, maar dat op diverse punten allerlei tot dan mysterieuze
song-teksten, verklaart). De veelvoudigheid, de vele ingangen en de 'herhalingen'
in Zappa's werk houdt zijn muziek en uitingen levendig en daardoor boeiend. Het
meest duidelijk wordt het concept wellicht op de You can't do that on stage
anymore - serie. Zonder moeite worden stukken muziek van verschillende bands uit
verschillende periodes aan elkaar geplakt. Daarbij blijkt pas echt hoe goed het
concept in elkaar zit: King Kong uit 1971 past perfect aan King Kong uit 1982;
Drowning Witch wordt opgebouwd uit twee delen (1982 en 1984) en een medley uit
de Money-periode staat tussen stukken uit b.v. de You Are-periode. Voordeel voor ons is dat Zappa's eigen accent niet alleen
ligt op het concept, maar ook op de continuiteit, waardoor we (hopelijk) nog
heel wat muziek mogen verwachten. |
|
|
© Paul Lemmens, september/oktober 1990 |